Digitale bekwaamheid van docenten

2032

Oud staatssecretaris van onderwijs Tineke Netelenbos is tegenwoordig voorzitter van het ECP (Platform voor InformatieSamenleving).
Recentelijk was ze aan het woord op de website technologischeontwikkeling.nl
Haar angst is dat in ieder geval een deel van de huidige docenten niet bekwaam genoeg is om de stormachtige digitale ontwikkelingen te volgen. Mede omdat de technologie toch sneller evolueert dan veel mensen verwachten.
Platform onderwijs 2032, opgezet door de commissie Schnabel in 2016, is bezig met plannen om het curriculum van het Nederlandse onderwijs klaar te maken voor de toekomst.
Ze nemen er tien jaar voor. Veel te lang, beargumenteerd Netelenbos. “De digitale wereld verandert te snel. Scholen die willen, zouden nu al moeten kunnen beginnen en een voorbeeld zijn voor anderen.”

Horizon

In die zin is het interessant om het NMC Horizon report te blijven volgen, een jaarlijks inzicht op de stand van zaken op het gebied van digitaal onderwijs: gegroepeerd in: trends, uitdagingen en technologische ontwikkelingen,

Het mooie van het Horizon report is dat het er niet zo om gaat of ze gelijk hebben, maar dat ze steeds bezig zijn om zich af te vragen: gezien de huidige stand van zaken, hoe zou het op korte termijn, midden lang termijn en lange termijn KUNNEN gaan?

BON

In Nederland heb je genoeg tegengas. Neen bijvoorbeeld BON (beter onderwijs Nederland) die vinden dat er met een curriculum verandering te weinig rekening wordt gehouden met de huidige stand van zaken en verwijzen naar mislukte vernieuwingen uit de recente onderwijs historie. Met name het tweede fase onderwijs krijgt de nodige kritiek te verduren. Ze beroepen zich op het ontbreken van gedegen onderzoek naar vernieuwingen.

Tweede fase

Toen het tweede fase onderwijs werd ingevoerd, aan het einde van de vorige eeuw, was ik zelf werkzaam als docent en gaf ik les aan eindexamenklassen HAVO/VWO. Wat mij toen zo opviel was dat in ieder geval een deel van mijn collega’s er van tevoren niet veel heil in zag, en nog erger, dat projecten die we bedachten niet altijd van de grond kwamen. Als reden werd toen aangegeven dat de werkdruk te hoog was en dat ze geen tijd hadden om zich te verdiepen in vernieuwingen die waarschijnlijk geen enkel resultaat zou behalen. Vooral de oudere generatie wist dit met zekerheid te melden. Ook toen werd er gewezen op mislukkingen uit het verleden.

En toch was er veel te zeggen voor het studiehuis model waarbij leerlingen hun eigen studieplanning moesten maken aan de hand van de studiewijzers. Zoals bij zo veel vernieuwingen is er natuurlijk toch het een en ander blijven hangen (denk aan studiewijzers of PTA’s, maar ook het gedifferentieerd leren).

Ik hoor het nu nog heel vaak van docenten: dat ze wel denken dat het niet zo’n vaart zal lopen met de digitale vooruitgang en dat nergens is bewezen dat digitaal onderwijs beter is dan traditioneel onderwijs. Mede op basis van mislukte experimenten. En ik kan ze daar niet geheel ongelijk in geven. De onderzoeken zijn doorgaans flinterdun want men heeft natuurlijk weinig tot geen vergelijkingsmateriaal.

Digital natives

Toch denk ik dat er nu wel iets anders aan de hand is. De studenten van nu zijn wat ik noem transitie studenten. Het zijn geen digital natives, verre van zelfs.

In grote groepen ingedeeld heb je nu in mijn optiek de volgende groepen:
– De 30 plussers.
Sommige van hun ouders kochten de eerste PCs. Die ouders hadden geen enkel voorland en moesten helemaal gaan uitzoeken hoe het werkte. Internet was er sowieso niet. En een abonnement op een mobiele telefoon kostte je een paar tientjes per maand, waarbij je ook nog eens € 0,50 per minuut gesprekskosten betaalde. (Er waren maanden dat ik zomaar € 150,- kwijt was.)
– De 20 plussers.
In veel huishoudens waren computers aanwezig en hun ouders konden er redelijk mee omgaan. Internet was bezig met een snelle opmars. Op het werk begonnen PCs gemeengoed te worden (inclusief typen met de wijsvingers, tegen wil en dank. En vaak ging het mis, want dan liep de PC of internet vast). Al waren er toen al genoeg mensen die vonden dat je business en pleasure moest scheiden en dan vooral niet thuis achter een PC moest gaan zitten.
– De tieners van nu.
Dit zijn dus de kinderen van de eerste groep. Hun ouders, als ze al PCs hadden, waren alles aan het leren. Maar in hun jonge jaren begon er een omslag met tablets (zoals we die kennen, de eerste iPad in 2010) en Smartphones (de eerste in 2007. Er waren allerlei hybride vormen voor die tijd, maar gebruik van mobiel internet was ook nog een schreeuwend duur) en uitgebreider internet met de opkomst aan diensten als Youtube (2005). Maar, zoals gezegd, het was allemaal nog nieuw en kostbaar.
– De huidige basisschool leerlingen.
De kinderen van de tweede generatie. Dit is de eerste lichting leerlingen van wie hun ouders ook al bekend waren met de computer. De meesten werkten er toen op de een of andere manier mee, zowel voor werk als privé. Dit is dus eigenlijk de eerste generatie echte digital natives.

Schermgebruik en ons brein

Er wordt gewaarschuwd dat intensief schermgebruik je brein anders maakt. Ik sluit dit niet uit. Maar het is tevens een feit waar we mee te maken hebben; het gaat niet anders worden. We krijgen op de middelbare scholen de komende jaren te maken met een andere brein van onze leerlingen die veelal opgeleid moeten worden voor nog niet bestaande banen.

Tegelijk wil ik overigens (en wederom) in de bres springen voor een herwaardering voor het technisch onderwijs. We zullen ook in de komende jaren mensen nodig hebben die een slot kan vervangen, of een raam kan plaatsen, een lekkage kan verhelpen of een stroomstoring. ik denk dat het praktijk gerichte VMBO een enorm impuls dient te krijgen, zowel financieel als wat imago betreft.

Digitale docenten

Terug naar mevr. Netelenbos. Zij waarschuwt ook voor het dreigende schisma tussen de veranderende maatschappij en de mensen die niet mee willen/kunnen. Zij benoemt in haar betoog expliciet docenten (zowel gevestigd als aankomend). We gaan allemaal deel uitmaken van de digitale wereld. Ook als je niet wil. Om een paar voorbeelden te noemen: Papieren documenten van de overheid en dergelijke moet je apart aanvragen en ga je straks voor moeten betalen, winkels zijn vanaf eind dit jaar verplicht contactloos betalen te accepteren, je kunt bijna nergens meer iets doen zonder inloggen. Ook al word ik daar ook wel eens simpel van, vooral als het niet functioneert, of je vele malen achter elkaar dezelfde handeling moet uitvoeren en steeds weer je vergeten wachtwoord opnieuw moet aanvragen.
En ook ik word wel eens verrast door de traagheid van e.e.a. Zo heb ik al ruim twee jaar contactloos betalen op mijn mobiel aanstaan. Een jaar later bleken er nog maar 20000 gebruikers te zijn in Nederland. En nog steeds wordt ik geconfronteerd met winkeliers die zeggen: Huh? Wat doe jij nou? kan dat ook?

Digitale toekomst

Digitale vooruitgang in het onderwijs is dus wars en dwars en heeft z’n tijd nodig, net als andere onderwijs vernieuwingen. Ook bij Leerpodium merken we dat sommige van onze projecten niet geheel tot hun recht komen. Vaak liggen te hoge verwachtingen en te grote stappen voor de gebruikers hier ten grondslag aan. En als het even niet helemaal mee wil werken, wordt er al gauw afgehaakt, Dat komt mede natuurlijk door de werkdruk die docenten ervaren, maar soms bekruipt me het gevoel dat ik op weerstand stuit, net zoals destijds tijdens de invoering van de tweede fase. En is die weerstand onwil of onkunde?

Ter overpeinzing een overpeinzing van de Sci-Fi auteur Douglas Adams:

Drie regels over technologie.

1: Alle technologie die er is als je wordt geboren is normaal.
2: Alle techniek die wordt uitgevonden tussen je 15e en 35e is nieuw, spannend, uitdagend en waarschijnlijk kun je je
werk ervan maken.
3: Alles wat na je 35e wordt uitgevonden is tegen de natuurlijke orde van dingen.
En na je 35e krijg je nostalgie naar de technologie van vroeger.

Denk er maar eens over na.