Digitaal onderwijs, de stand van zaken

Onderwijsvernieuwing

Onlangs zijn er weer meerdere artikelen verschenen over het effect van digitaal onderwijs. Uiteraard hebben ze overkoepelende thema’s en komen ook dezelfde mensen aan het woord.
Allereerst de Kennisnet publicatie; Onderwijsvernieuwing.

Wat viel op?

In de Kennisnet publicatie komt o.a. John Hattie aan het woord. Hij betoogt dat de grote verandering die we verwachtten van digitaal onderwijs alsnog niet is gebeurd. Dat komt volgens hem omdat technologie vaak wordt ingezet door leraren om iets toe te voegen aan wat ze al doen. Dat is substitutie in plaats van transformatie. Hierdoor blijven echte veranderingen uit.
In dezelfde publicatie zegt Michael Fullan: Technologie heeft de potentie om om het leerproces op nieuwe manieren mogelijk te maken, maar alsnog gebeurt dat niet.

Samenwerken

Hattie denkt dat het meeste valt te halen uit de sociale kant van de digitalisering. Een van zijn bekendste uitspraken is natuurlijk dat het meest effectieve moment van het leerproces feedback is. In context van het digitaal leren pleit hij voor een online gemeenschap waarin het normaal is om samen te leren en kennis te delen. Niet alleen binnen, maar ook tussen scholen onderling.

Steve Joordens: “We weten uit de psychologie dat we het beste leren van mensen zoals wijzelf – ofwel onze peers – maar het gebruikelijke schoolsysteem miskent dat. Op school leer je vooral alleen, terwijl samen leren juist meer oplevert. Als technologie samen leren kan versterken in het onderwijsproces, is dat buitengewoon krachtig.” Hij haalt daarbij het voorbeeld aan van leerlingen die hun voortgang bijhouden in een digitaal portfolio of elkaar feedback geven en dat vastleggen.

Het idee van een online gemeenschap worden in de Kennisnet publicatie verder vanuit de praktijk belicht door voorstanders van bv ALTscholen en Kunskapskolan.

Leren van elkaar

Net als Hattie vindt ook Pedro de Bruyckere dat we meer van van elkaar zouden moeten leren als scholen en voortbouwen op wat andere scholen hebben gedaan.
Alleen moeten we niet vergeten dat alle scholen wel anders zijn. Je kunt nooit zomaar iets kopiëren. Er zijn diverse omgevingsfactoren die meespelen (oa locatie, huisvesting, soort onderwijs, budget stelt Marjolein Ploegman).

Wetenschap en praktijk

Van elkaar leren is ook aan de hand als het gaat om het gat (ik noem het geen spagaat) tussen de onderwijs praktijk en de wetenschappen.
Uit de Kennisnet publicatie:
Innoveren betekent vaak aan de slag gaan met ideeën waar nog geen wetenschappelijke basis voor is. De ervaringen die experimenten in de praktijk opleveren zijn een belangrijke voedingsbron voor nieuw onderzoek. Tegelijkertijd is het onderwijs geen proeftuin voor de wetenschap. Leerlingen doorlopen hun schooltijd maar één keer, vormen vanwege hun leeftijd een kwetsbare groep en hebben recht op goed onderwijs. Het is dus van belang om een goede balans te vinden tussen experimenteren en innoveren en werken op basis van wetenschappelijke inzichten.

In een artikel dat Wilfred Rubens wijdt aan evidence-based onderwijsonderzoek stelt hij o.a. “Het is inderdaad heel complex om binnen het onderwijs onderzoek uit te voeren waarbij gewerkt wordt met controle groepen en experimentele groepen. Er zijn altijd wel factoren in het spel die er toe leiden dat vraagtekens worden gesteld bij de resultaten. Ook andere vormen van onderzoek zijn waardevol. …
… Je moet genuanceerd kijken naar bepaalde uitkomsten. …
… bepaalde aspecten gemakkelijk te meten zijn dan anderen. …
… Het is risicovol om vooral uit te gaan van de autoriteit van de docent. “

Kennis vs competenties

Legio zijn de online discussies over wat we leerlingen moeten aanleren: Kennis of vaardigheden (competenties). Vaak gaat het dan om twee uitersten: meetbare resultaten of persoonlijke ontwikkeling. Waarbij voorstanders van nieuwe onderwijsvormen liever meer aandacht zien gaan naar het laatste.
Gert Biesta wordt vaak gevraagd als spreker bij bijeenkomsten als het om onderwijs gaat, ook als het gaat om concepten als creativiteit. Hij is voorstander van een nieuw onderwijssysteem waarbij de creatieve vaardigheden een betere plek krijgen. In dit kort filmpje vertelt hij waarom je niet moet praten in termen van uitersten.

(Big) data

Een ander punt van zorg is data. Buiten het terechte punt dat er een discrepantie is tussen hoe data in de VS (waar veel onderzoek vandaan komt) en bv Europa wordt gezien uit oogpunt van privacy, is er ook consensus dat we met de data die we op dit moment verzamelen in het onderwijs alsnog (te) weinig wordt gedaan. In een artikel op didactiefonline stelt John Hattie:
Data moet je gebruiken voor het vaststellen van de volgende stap van verbetering, niet om iemand op af te rekenen.
“Alsnog is de data die nu uit leeromgevingen komt rudimentair”. (Karen Cator) Dit moeten we verder ontwikkelen, uitbreiden, verfijnen en interpreteren.
Een van onze punten van aandacht bij Leerpodium zijn de ontwikkeling van adaptieve leeromgevingen.

Voorlopige conclusie

Iedereen lijkt het er mee eens te zijn dat er veranderingen nodig zijn in onderwijsland. Die veranderingen komen er ook. Digitaal onderwijs zal daar zeker een rol in spelen. Alleen gebeurt het minder snel dan velen hadden verwacht. Ook omdat de een het wat voorzichtiger wil aanpakken dan de ander, om welke reden dan ook (technisch, onderwijskundig, maatschappelijk etc.).
Een digitale revolutie zal er dus niet gauw van komen, en dat is maar goed ook. We hebben de dialoog tussen het werkveld en de theoretici nodig om tot een voor iedereen werkbaar onderwijsplan te komen. En het kan ook goed zijn dat we juist met verschillende op maat gesneden concepten moeten gaan werken in plaats van ‘one size fits all’.
Ondertussen moeten we verder bouwen op wat we hebben, waarbij we zowel de wetenschap maar zeker ook de praktijk meenemen in onze overwegingen.
En laat dat nou net iets zijn voor Leerpodium